zoenen

Vijfendertig ben ik. En vandaag leerde ik een nieuwe behoefte kennen. De behoefte om iemand te zoenen, die je niet kent. Dat is gek he, want wie me volgt, weet dat ik nét verhuisd ben om bij mijn liefde te gaan wonen en vreemdgaan zit echt niet in mijn aard.

Wat is er dan aan de hand? Sander de Hosson (longarts, specialisaties longkanker en palliatieve zorg) heeft een blog geschreven. Dat op zich is geen wereldschokkend nieuws, dat doet hij al even.

Dit blog gaat specifiek over het spreken met kinderen over de dood. Sterker nog, Sander beschrijft een gesprek dat hij voerde met een patiënt, waarin hij de noodzaak ontdekte om met kinderen over de (aanstaande) dood te spreken.

Het feit dat Sander dit schrijft en op zijn Twitter deelt (met bijna 10.000 volgers) maakt dat ik hem zou willen zoenen. Hij schrijft helder en duidelijk waar behoefte aan is, en hij constateert dat “[…]het bizar is dat begeleiding van partners en kinderen in de opleiding van medici en andere zorgverleners geen of een beperkte plaats heeft” (Hosson de, S., 2017). En in mijn beleving ís het ook bizar dat hier nauwelijks aandacht aan geschonken wordt. Hoe kan het dat een dusdanig ingrijpende ervaring, geen aandacht krijgt? Hoe is het mogelijk dat in 2017 – waarin we zoveel weten over hoe het kinderbrein zich ontwikkeld – er geen aandacht is voor deze toch traumatische ervaring. Het is bekend, dat “[…] er op langere termijn allerlei problemen kunnen ontstaan, variërend van angststoornissen (de meest voorkomende is sociale angst) tot depressie en geheugenverlies.” (Boeke, 2010). Ik denk dat er een grote slag te slaan is in de begeleiding van rouwende kinderen, of kinderen die te maken gaan krijgen met rouw.

Dit is een van de dingen waar ik met Rouw& me keihard voor maak! Het invoegen van een stukje rouwbegeleiding voor kinderen aan wat de professional doet in zijn dagelijks bestaan. Waarom? Sander schrijft er dit over: “De schade die verlies van een geliefde aanricht, is sowieso rampzalig, maar er is weinig logisch verstand nodig te beseffen dat het leed nog vele malen groter is als het nieuws wordt weggestopt in spelonken onder de noemer ‘liefdevolle bescherming van het kind’.” (Hosson de, S., 2017).

Deze liefdevolle bescherming is in mijn ogen een goedbedoelde, maar schadelijke vorm van kinderbescherming. Door kinderen af te schermen van (een deel van) het ware verhaal, door hen verhalen te vertellen over oma die slaapt, opa die een sterretje is geworden of een verhaal over de regenboogbrug waar overleden ouders overheen gaan, ontnemen we de kinderen datgene wat we hen juist het hardste gunnen; duidelijkheid en rust. Natuurlijk kan het mooi zijn als je het kind naast kloppende uitleg, óók een bepaalde vorm van beeldspraak meegeeft, waarmee het kind een bepaalde uiting kan geven aan het door hem geleden verlies. Er wordt echter vaak ‘vergeten’ om de kloppende uitleg te geven, of er wordt vanuit de liefdevolle bescherming, alleen deze beeldspraak aangeboden, waardoor het kind een niet-kloppend beeld van een overlijden krijgen.

Kinderen hebben een groot voorstellingsvermogen, en alles wat wij volwassenen hen niet vertellen, fantaseren zij zelf bij het verhaal. En dan wordt de boodschap ‘oma wordt verbrand’, dus ineens door een kind omgevormd tot een grote brandstapel achter op de parkeerplaats bij het crematorium waar oma wordt aangestoken, alsof men ‘fikkie gaat stoken’.

De Hosson (2017): “Dit ligt ver buiten mijn expertise. Ik geloof er heilig in dat praten over dergelijke rampzalige verliezen toebehoren aan momenten zonder druk van een ‘enge’ dokter in een witte jas. Het verdient de rust en ruimte van personen die weten hoe de juiste ruimte te creëren om dit goed te begeleiden.” En zo is het! Er dienen legio mensen opgeleid te worden om te weten hoe je met rouwende kinderen om dient te gaan. En wie anders dan jij, zou dat moeten zijn? Jij komt immers vanuit je beroep bij de mensen thuis en daardoor dus ook met de ‘secundaire slachtoffers’ zoals De Hosson hen noemt. Weet jij dan hoe je met hen om moet gaan? Kun jij antwoord geven op hun vragen? En durf je dat ook? Ben je in staat om met de achterblijvende ouder te spreken op het moment dat die ervoor lijkt te kiezen niets te willen vertellen, om te vragen of de mogelijke gevolgen hiervan bekend zijn?

Heb jij het blog van Sander gelezen en dacht je “potver, dáár mis ik ook een stukje” of “doe ik het wel goed”? Dat wordt het tijd dat je contact met me opneemt en de training gaat volgen! In die training leer ik je namelijk exact deze open houding die Sander hier beschrijft en nastreeft.

 

Bronnen

Boeke, H., (2010) Wat doet stress in de hersens van kinderen. opgehaald van https://www.ouders.nl/artikelen/wat-doet-stress-in-de-hersens-van-kinderen

op 27 augustus 2017

Hosson, de, S., (2017) Stoer. opgehaald van http://www.agora.nl/Verhalen/Verhalenbank/stoer-blog-sander-de-hosson op 27 augustus 2017